woensdag 13 maart 2013

De Pont Philippe Vandenberg & Berlinde De Bruyckere



Recensie Tentoonstelling de pont; Philippe Vandenberg & Berlinde De Bruyckere
Innocence is precisely: never to avoid the worst
 
Kill them all and dance
De pont, museum voor hedendaagse kunst in Tilburg. Twee kunstenaars die elkaar inspireren hebben de ruimte gekregen om in de pont hun werk tentoon te stellen in een gezamenlijke tentoonstelling. Innocence is precisely: never to avoid the worst. De kunstenaars hebben in overleg de werken geselecteerd bij het thema van de tentoonstelling. De werken versterken elkaar en vormen een geheel. Wel is er duidelijk onderscheid te maken in de werken. De bron waar uit het kunstwerk is ontstaan is bij de twee kunstenaars duidelijk verschillend maar dat doet niets af aan de gezamenlijke tentoonsteling.
De verwantschap tussen de twee komt voort uit de thematiek die hen beide bezighoud. Het lijden van de mens, de fysieke en de psychische pijn, eenzaamheid en kwetsbaarheid. Er is ook hun gemeenschappelijke liefde voor de oude meesters en de vertrouwdheid met de religieuze beeldtraditie.
Het werk van Phillipe Vandenberg is duidelijk te herkennen. Hij heeft de werken tentoongesteld waarin zijn eigen worstelingen te zien zijn die hij doormaakt als kunstenaar zijnde. Als kunstenaar is hij bezig geweest met het lijden van de mens in verschillende contexten. Hij heeft hiervoor verschillende inspiratie bronnen gebruikt waaronder het christelijke geloof, de doornenkroon van Jezus krijgt in zijn werk een hele nieuwe betekenis.  Zijn tentoongestelde werk loopt uit een van figuratieve tekeningen tot abstracte schilderijen waarin hij stukken tekst gebruikt. 

Philippe wil afrekenen met de oude meesters het is voor hem een noodzaak om de voorbeelden uit de geschiedenis achter hem te laten. Het bestaande vernietigen en opnieuw beginnen om tot iets nieuws te komen. Hij schrijft dit van zich af met de tekst; kill them all and dance. Uit veel van zijn tentoongestelde werken is de frustratie af te lezen. Hij zit als kunstenaar in de knoop met zich zelf. Hij moet zich zelf opnieuw vinden om ook iets nieuws te kunnen maken.
Drie kleurrijke abstracte schilderijen op doek, te zien in de grote ruimte van de tentoonstelling; zijn ook van zijn hand. Voor mij is dit het werk wat uit zijn worstelingen is voortgekomen. Hij heeft gevonden waar hij naar op zoek was. Pure abstractie met veel kleur en een bepaalde sfeer, die ik niet helemaal kan thuisbrengen. 

Het werk van Berlinde de Bruyckere heeft een hele andere lading. Ook zij legt het lijden van de mens vast maar zij heeft hiervoor een bekend verhaal gekozen om te verbeelden. Een klassieke mythe waar in het verhaal van Actaeon en Diana verteld wordt. Ovidius, Metamorfosen 3:173-252
"En zie: terwijl Diana zich daar baadt en laat bespoelen, dwaalt Cadmus’ kleinzoon, nu de jachtarbeid is stilgelegd, zonder een doel te hebben door het onbekende bos en komt bij die gewijde plek. Zo leidde hem het toeval. Nauwelijks bevond hij zich binnen de druppende gewelven of al die nimfen - en ze waren naakt! - zagen de man en maakten luid misbaar, het hele bos werd opgeschrikt door hun plots gegil, terwijl zij met zijn allen snel een kring ter dekking rond Diana vormden. De godin was echter langer, zij stak met hoofd en schouders boven allen uit. Een kleur - zoals je ziet bij wolken die door kaatsend zonlicht beschenen worden, of als van Aurora's purpergloed -trok langs Diana's wangen, toen ze naakt door hem gezien werd. Hoewel zij dicht omstuwd werd door haar nimfenschare, hield zij zich toch afgewend van hem' maar keek over haar schouder wel naar hem om... Het liefst had zij haar boog ter hand gehad; nu greep ze wat ze wél had: water, smeet dat midden in zijn mannengezicht, plensde zijn haar nat met een douche van wraak en voegde woorden toe, die op een naderend onheil duidden: 'Nu mag je rondvertellen dat je mij geheel ontkleed gezien hebt, áls je nog vertellen kunt!' - Zij dreigt niet verder, maar siert zijn natte voorhoofd met een levensgroot gewei, geeft hem een hertenek en maakt de oor uiteinden puntig, vormt hoeven van zijn handen, slanke poten van wat eerst zijn armen waren en omkleedt hem met een vacht vol spikkels. En dan komt ook zijn schichtigheid: met sprongen schiet hij weg, de held uit Thebe, zelf verbaasd zo snel te kunnen rennen. En als hij dan zijn kop in 't water ziet, met dat gewei, wil hij gaan roepen: 'Help mij toch!' - helaas, hij heeft geen stem meer; een droef geblaat, dat is zijn stem; zijn tranen stromen langs een vreemd gelaat. Alleen zijn hart en ziel zijn nog als vroeger."

De Bruyckere laat in dit verhaal het lijden van de jongeman Actaeon zien. Hij wordt veranderd door Diana, de godin van de jacht, die altijd maagd wil blijven. Diana wil niet dat er over haar naakte lichaam gepraat wordt en ze veranderd Actaeon in een hert, zodat hij niet zou kunnen gaan praten over haar.
"Hij vlucht. Juist daar waar hij zo vaak gejaagd had in hun spoor, vlucht hij nu weg voor eigen trouwe helpers. Hij wil roepen: 'Ik ben Actaeon! Jullie meester! Kijk dan wie ik ben!' -’t is smeken zonder klanken en de lucht weergalmt van blaffen. Zwarthaar bijt hem de eerste wonden in de rug, daarna slaat Killer toe, Bergloper zet zijn tanden in zijn schouder. Niet dat dit drietal sneller was, maar door het bergterrein had het de kortste weg genomen; toen het hem daar vasthield, kwam ook de rest, de kaken vielen op hun meester aan. Al gauw is er geen plek meer om te bijten; kreunend stoot hij geluiden uit niet van een mens en ook niet wat een hert normaal laat horen: droef geklaag, dat die vertrouwde bergen vervult. Voorover, op zijn knieën richt hij nu zijn kop, zoals een smekeling zijn handen, woordeloos ten hemel. En als zo vaak hitsen zijn makkers, zich van niets bewust, die prooi beluste meute op. Zij kijken of Actaeon eraan komt, roepen steeds ‘Actaeon!’ - hij, die zo dichtbij is, zijn kop knikt heftig bij die naam! - en vinden het maar jammer dat hij zo laat is en dit jachttafereel hem nu ontgaat. Hij zou graag weg zijn, maar hij ís er; graag zou hij ook toezien, niet voelen, hoe zijn honden wreed tekeergaan met hun vangst. Zij dringen om hem heen, een en al bek rukt aan dat lichaam dat van hun meester is, in de vermomming van een hert. Pas toen zijn levensgeest uit al die wonden was verdwenen, bekoelde ook de wrok van de jageres Diana, zag men."
Het werk wat op dit verhaal is geïnspireerd, varieert van collage tekeningen tot wassen beelden. In haar werk wil ze duidelijk de kwetsbaarheid van de mens laten zien en niet zo zeer de worsteling, die bij Philippe vandenberg duidelijk zichtbaar was. 

De kwetsbaarheid in het werk komt naar voren door de materiaal keuze namelijk ‘was’. De manier van presenteren; bijvoorbeeld op een kussen. Of in de tekeningen het gewei van het hert wat er heel vleselijk uitziet. De Bruyckere brengt het klassieke verhaal voor de toeschouwer tot leven en doet dit op een prachtige manier waardoor het mannelijk personage heel dicht bij komt. We kunnen als toeschouwer begrijpen wat Actaeon doorgemaakt moet hebben.
De twee kunstenaars versterken elkaar doordat je het lijden van de mens van twee kanten te zien krijgt. Het worstelen zelf van Philippe, zijn innerlijke strijd. En het lijden wat de mens word aangedaan in het verhaal van Actaeon en Diana. De complete tentoonstelling maakt dat je beleefd wat anderen hebben doorstaan en dat je na gaat denken wat jij zelf allemaal al hebt doorstaan in het leven.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten