Recensie
Tentoonstelling de pont; Philippe
Vandenberg & Berlinde De Bruyckere
Innocence
is precisely: never to avoid the worst
Kill them all and dance
De pont, museum voor hedendaagse kunst in Tilburg. Twee
kunstenaars die elkaar inspireren hebben de ruimte gekregen om in de pont hun
werk tentoon te stellen in een gezamenlijke tentoonstelling. Innocence is precisely: never to avoid the
worst. De kunstenaars hebben in overleg de werken geselecteerd bij het
thema van de tentoonstelling. De werken versterken elkaar en vormen een geheel.
Wel is er duidelijk onderscheid te maken in de werken. De bron waar uit het
kunstwerk is ontstaan is bij de twee kunstenaars duidelijk verschillend maar
dat doet niets af aan de gezamenlijke tentoonsteling.
De verwantschap tussen de twee komt voort uit de thematiek
die hen beide bezighoud. Het lijden van de mens, de fysieke en de psychische
pijn, eenzaamheid en kwetsbaarheid. Er is ook hun gemeenschappelijke liefde
voor de oude meesters en de vertrouwdheid met de religieuze beeldtraditie.
Het werk van Phillipe Vandenberg is duidelijk te herkennen.
Hij heeft de werken tentoongesteld waarin zijn eigen worstelingen te zien zijn
die hij doormaakt als kunstenaar zijnde. Als kunstenaar is hij bezig geweest
met het lijden van de mens in verschillende contexten. Hij heeft hiervoor
verschillende inspiratie bronnen gebruikt waaronder het christelijke geloof, de
doornenkroon van Jezus krijgt in zijn werk een hele nieuwe betekenis. Zijn tentoongestelde werk loopt uit een van
figuratieve tekeningen tot abstracte schilderijen waarin hij stukken tekst
gebruikt.
Philippe wil afrekenen met de oude meesters het is voor hem
een noodzaak om de voorbeelden uit de geschiedenis achter hem te laten. Het
bestaande vernietigen en opnieuw beginnen om tot iets nieuws te komen. Hij
schrijft dit van zich af met de tekst; kill them all and dance. Uit veel van
zijn tentoongestelde werken is de frustratie af te lezen. Hij zit als
kunstenaar in de knoop met zich zelf. Hij moet zich zelf opnieuw vinden om ook
iets nieuws te kunnen maken.
Drie kleurrijke abstracte schilderijen op doek, te zien in
de grote ruimte van de tentoonstelling; zijn ook van zijn hand. Voor mij is dit
het werk wat uit zijn worstelingen is voortgekomen. Hij heeft gevonden waar hij
naar op zoek was. Pure abstractie met veel kleur en een bepaalde sfeer, die ik
niet helemaal kan thuisbrengen.
Het werk van Berlinde de Bruyckere heeft een hele andere
lading. Ook zij legt het lijden van de mens vast maar zij heeft hiervoor een
bekend verhaal gekozen om te verbeelden. Een klassieke mythe waar in het
verhaal van Actaeon en Diana verteld wordt. Ovidius,
Metamorfosen 3:173-252
"En zie: terwijl Diana zich daar baadt en laat bespoelen,
dwaalt Cadmus’ kleinzoon, nu de jachtarbeid is stilgelegd, zonder een doel te
hebben door het onbekende bos en komt bij die gewijde plek. Zo leidde hem het
toeval. Nauwelijks bevond hij zich binnen de druppende gewelven of al die
nimfen - en ze waren naakt! - zagen de man en maakten luid misbaar, het hele
bos werd opgeschrikt door hun plots gegil, terwijl zij met zijn allen snel een
kring ter dekking rond Diana vormden. De godin was echter langer, zij stak met
hoofd en schouders boven allen uit. Een kleur - zoals je ziet bij wolken die
door kaatsend zonlicht beschenen worden, of als van Aurora's purpergloed -trok
langs Diana's wangen, toen ze naakt door hem gezien werd. Hoewel zij dicht
omstuwd werd door haar nimfenschare, hield zij zich toch afgewend van hem' maar
keek over haar schouder wel naar hem om... Het liefst had zij haar boog ter
hand gehad; nu greep ze wat ze wél had: water, smeet dat midden in zijn
mannengezicht, plensde zijn haar nat met een douche van wraak en voegde woorden
toe, die op een naderend onheil duidden: 'Nu mag je rondvertellen dat je mij
geheel ontkleed gezien hebt, áls je nog vertellen kunt!' - Zij dreigt niet
verder, maar siert zijn natte voorhoofd met een levensgroot gewei, geeft hem
een hertenek en maakt de oor uiteinden puntig, vormt hoeven van zijn handen,
slanke poten van wat eerst zijn armen waren en omkleedt hem met een vacht vol
spikkels. En dan komt ook zijn schichtigheid: met sprongen schiet hij weg, de
held uit Thebe, zelf verbaasd zo snel te kunnen rennen. En als hij dan zijn kop
in 't water ziet, met dat gewei, wil hij gaan roepen: 'Help mij toch!' -
helaas, hij heeft geen stem meer; een droef geblaat, dat is zijn stem; zijn
tranen stromen langs een vreemd gelaat. Alleen zijn hart en ziel zijn nog als
vroeger."
De Bruyckere laat in dit verhaal het lijden van de jongeman
Actaeon zien. Hij wordt veranderd door Diana, de godin van de jacht, die altijd
maagd wil blijven. Diana wil niet dat er over haar naakte lichaam gepraat wordt
en ze veranderd Actaeon in een hert, zodat hij niet zou kunnen gaan praten over
haar.
"Hij
vlucht. Juist daar waar hij zo vaak gejaagd had in hun spoor, vlucht hij nu weg
voor eigen trouwe helpers. Hij wil roepen: 'Ik ben Actaeon! Jullie meester!
Kijk dan wie ik ben!' -’t is smeken zonder klanken en de lucht weergalmt van
blaffen. Zwarthaar bijt hem de eerste wonden in de rug, daarna slaat Killer
toe, Bergloper zet zijn tanden in zijn schouder. Niet dat dit drietal sneller
was, maar door het bergterrein had het de kortste weg genomen; toen het hem
daar vasthield, kwam ook de rest, de kaken vielen op hun meester aan. Al gauw
is er geen plek meer om te bijten; kreunend stoot hij geluiden uit niet van een
mens en ook niet wat een hert normaal laat horen: droef geklaag, dat die
vertrouwde bergen vervult. Voorover, op zijn knieën richt hij nu zijn kop,
zoals een smekeling zijn handen, woordeloos ten hemel. En als zo vaak hitsen
zijn makkers, zich van niets bewust, die prooi beluste meute op. Zij kijken of
Actaeon eraan komt, roepen steeds ‘Actaeon!’ - hij, die zo dichtbij is, zijn
kop knikt heftig bij die naam! - en vinden het maar jammer dat hij zo laat is
en dit jachttafereel hem nu ontgaat. Hij zou graag weg zijn, maar hij ís er;
graag zou hij ook toezien, niet voelen, hoe zijn honden wreed tekeergaan met
hun vangst. Zij dringen om hem heen, een en al bek rukt aan dat lichaam dat van
hun meester is, in de vermomming van een hert. Pas toen zijn levensgeest uit al
die wonden was verdwenen, bekoelde ook de wrok van de jageres Diana, zag men."
Het werk wat op dit verhaal is geïnspireerd, varieert van collage
tekeningen tot wassen beelden. In haar werk wil ze duidelijk de kwetsbaarheid
van de mens laten zien en niet zo zeer de worsteling, die bij Philippe
vandenberg duidelijk zichtbaar was.
De kwetsbaarheid in het werk komt naar voren door de materiaal
keuze namelijk ‘was’. De manier van presenteren; bijvoorbeeld op een kussen. Of
in de tekeningen het gewei van het hert wat er heel vleselijk uitziet. De
Bruyckere brengt het klassieke verhaal voor de toeschouwer tot leven en doet
dit op een prachtige manier waardoor het mannelijk personage heel dicht bij
komt. We kunnen als toeschouwer begrijpen wat Actaeon doorgemaakt moet hebben.
De twee kunstenaars versterken elkaar doordat je het lijden van de
mens van twee kanten te zien krijgt. Het worstelen zelf van Philippe, zijn
innerlijke strijd. En het lijden wat de mens word aangedaan in het verhaal van
Actaeon en Diana. De complete tentoonstelling maakt dat je beleefd wat anderen
hebben doorstaan en dat je na gaat denken wat jij zelf allemaal al hebt
doorstaan in het leven.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten